De Bestaansbalans
Wie vanuit de bijstand parttime aan het werk gaat, raakt al snel verstrikt in een web van regels en tegenstrijdigheden. Hoewel werken wordt toegejuicht, mag iemand met een uitkering nooit meer verdienen dan de uitkering zelf. Als dat wel gebeurt, wordt dat geld de volgende maand ingehouden. Deze verrekeningen zorgen voor aanhoudende financiële stress en onzekerheid.
Maar bestaanszekerheid gaat over meer dan de vraag of iemand onderaan de streep genoeg geld heeft. Het gaat ook over de ruimte om onverwachte kosten, vertragingen en schommelingen in inkomsten op te vangen. Wie nauwelijks financiële reserves heeft, draagt de grootste risico’s. Bestaansonzekerheid wordt daarmee niet alleen veroorzaakt door een gebrek aan geld, maar ook door de manier waarop we risico’s en verantwoordelijkheden verdelen.
Met De Bestaansbalans onderzoeken we hoe we die risico’s anders kunnen verdelen. Vooruitlopend op nieuwe wetgeving haalden we geld op om 350 Utrechters die naast hun bijstandsuitkering parttime werken een bufferbudget van € 1.000 te bieden.
Wat doen we?
Tijdens het bedenken van de Bestaansbalans stond het bufferbudget al opgenomen in de Participatiewet. Maar we zagen dat – ondanks het belang om mensen in de bijstand ook in een waardig bestaan te voorzien – er veel te weinig urgentie werd gegeven aan het behandelen van deze wet door de Kamer. Dus gingen we het zelf doen, in samenwerking met de Gemeente Utrecht.
Met onze campagne ‘De Bijstand is Kapot’ haalden we € 350.000 dat via de Gemeente Utrecht is uitgekeerd aan 350 Utrechters. Daarnaast vormden we een reisgezelschap met mensen die het bufferbudget ontvingen, mensen die het niet ontvingen, ambtenaren en andere betrokkenen. Dat was niet vanzelfsprekend. De verschillen in ervaring, positie en zeggenschap waren groot. Wantrouwen, taalbarrières en de zoektocht naar je eigen rol wanneer je zelf geen ervaring hebt met de bijstand, maakten de ontmoetingen gelaagd én spannend. Een jaar lang onderzochten we samen wat er nodig is voor een bijstandssysteem dat uitgaat van waardigheid, vertrouwen en autonomie.
Het reisgezelschap ging over meer dan alleen de werking van het bufferbudget. We onderzochten ook de onderliggende regels, overtuigingen en machtsverhoudingen die bepalen hoeveel zeggenschap mensen over hun eigen leven hebben. Want hoeveel autonomie heeft iemand werkelijk als de overheid bepaalt wanneer en onder welke voorwaarden diegene over geld kan beschikken? Welke vanzelfsprekendheden liggen besloten in de taal, regels en overtuigingen van ons bijstandssysteem? Waarom verbinden we voorwaarden en tegenprestaties aan bestaanszekerheid, en wat betekent dat voor iemands privacy en zeggenschap? Wie bepaalt uiteindelijk wat een rechtvaardige verdeling van rechten, plichten en risico’s is?
Waar werken we naartoe?
Met De Bestaansbalans werken we op twee niveaus aan verandering. Allereerst onderzoeken we hoe het bufferbudget in de praktijk werkt en wat er nodig is om het beter te laten aansluiten bij de ervaringen en behoeften van mensen die ervan afhankelijk zijn. Via kwalitatief onderzoek en een manifest delen we onze inzichten met andere gemeenten, zodat de lessen uit Utrecht kunnen bijdragen aan een landelijke invoering waarin zekerheid en waardigheid centraal staan.
Tegelijkertijd plaatsen we het bufferbudget in een groter vraagstuk: hoe organiseren we sociale zekerheid op een manier die mensen daadwerkelijke zekerheid biedt? Wat we in Utrecht leren, gebruiken we om het bredere gesprek over de inrichting van ons sociale stelsel te voeden. Zo werken we niet alleen aan een beter bufferbudget, maar ook aan een waardig bijstandssysteem.
Een project van