Nee Angela, wij zijn niet vóór een hogere erfbelasting omdat we “betere, onbaatzuchtigere” mensen zijn
“Blijf met je tengels af van de erfenis waar mijn ouders zo hard voor hebben gewerkt,” kopt Angela de Jong met haar column in het AD. Aanleiding is het onlangs verschenen onderzoek van het CPB waaruit blijkt dat meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat erfenissen zwaarder belast mogen worden dan nu het geval is.
Op dit moment betalen kinderen 10 procent erfbelasting over de eerste 158.669 euro en 20 procent over het bedrag daarboven. Voor verdere familieleden, zoals kleinkinderen, neven en nichten, liggen die tarieven hoger. De discussie over dit huidige systeem is de laatste jaren flink opgelaaid, omdat de omvang van onze erfenissen explosief is gegroeid: tussen 2013 en 2022 nam het jaarlijks nagelaten vermogen met ongeveer 10 miljard euro toe. De verwachting is dat de komende jaren in totaal zo’n 973 miljard euro wordt overgedragen aan een volgende generatie, en dat vermogen is allesbehalve gelijk verdeeld.
Belasting is een collectieve afspraak
Bij Collectief Kapitaal verzetten we ons tegen structurele ongelijkheid. Daarom zijn we ook voorstander van een hogere erfbelasting die voorkomt dat vermogen zich steeds verder concentreert binnen dezelfde families. Niet omdat we, zoals Angela suggereert, “betere, onbaatzuchtigere types” zouden zijn. Ongelijkheid los je namelijk niet op met individuele goedheid of liefdadigheid, daarmee blijven de onderliggende machtsverhoudingen immers intact. We zijn voorstander, omdat we een samenleving willen organiseren waarin iedereen als gelijkwaardige burger kan leven. Belasting is daarin geen kwestie van persoonlijke vrijgevigheid, maar een collectieve afspraak over hoe we de voorwaarden scheppen om samen te leven. We laten verkeersveiligheid tenslotte ook niet afhangen van mensen die toevallig die dag goedgemutst zijn om voor rood licht te stoppen.
Dat de generatie van Angela’s ouders hard heeft gewerkt, staat voor ons niet ter discussie. Maar dit harde werken heeft niet onder gelijke voorwaarden voor iedereen tot bezit geleid. Veel privévermogen is mede opgebouwd dankzij collectieve voorzieningen: hypotheekrenteaftrek, waardestijging door collectieve infrastructuur, schaarste op de woningmarkt, pensioenopbouw, publieke zorg, onderwijs, een veilige rechtsstaat. Individuele inspanning speelde daarin een rol, maar nooit los van de samenleving die dat mogelijk maakte.
Vanuit dat perspectief is een erfenis niet uitsluitend privébezit. Je kunt haar ook zien als vermogen dat mede dankzij collectieve investeringen is ontstaan en vervolgens binnen families wordt doorgegeven. Erfbelasting is dan niet het opnieuw belasten van hetzelfde geld, maar een manier waarop een deel van die collectieve waarde weer terugvloeit naar de samenleving die eraan heeft bijgedragen.
Op welke waarden willen we onze samenleving bouwen?
Tegelijkertijd lijkt Angela het ontvangen van de nalatenschap van haar ouders gelijk te stellen aan een vorm van emotionele loyaliteit. Maar die twee hoeven elkaar helemaal niet uit te sluiten. Je kunt dankbaar zijn voor wat je ouders je hebben gegeven en tegelijk erkennen dat hun zorg onderdeel was van een samenleving die ook door anderen is gedragen. Misschien verplicht het ontvangen van die zorg daarom ook tot een bredere verantwoordelijkheid: hoe kan ik eraan bijdragen dat ook anderen geworteld, beschermd en minder afhankelijk kunnen leven?
Uiteindelijk gaat de discussie natuurlijk niet alleen over erfbelasting. Ze gaat over de waarden waarop we onze samenleving bouwen. Zolang het debat blijft draaien om individuele kwaliteiten – verdienste, gulheid, wel of niet hard werken – missen we de kern. Ongelijkheid tast de voorwaarden aan waaronder wij allemaal als vrije burgers kunnen leven. De echte vraag is dus: wie willen we van elkaar zijn in deze samenleving?
De collage komt uit Wereld Maken, een publicatie van Collectief Kapitaal, en is gemaakt door Sanne Doornenbal.